De omstreeks 1275 in romaanse stijl gebouwde kerk werd opgetrokken van grote gele bakstenen, zogenaamde kloostermoppen. De in dezelfde tijd gebouwde toren had een zadeldakbekroning. De kerk had drie altaren, die werden bediend door een pastoor, een vicaris en een prebendaris. In de periode van 1508 tot 1526 werd de oude romaanse kerk vervangen door de huidige, die voor een groot deel werd gebouwd van afbraakmateriaal van de vorige. In de noordmuur is een deel van het muurwerk van de vroegere kerk bewaard gebleven. De nieuwe, laatgotische kerk met rondom steunberen werd hoger dan de vorige. De oude toren werd gehandhaafd, maar moest worden verhoogd. Aan de buitenkant is nog goed te zien dat de oorspronkelijke toren lager was. De vroegere galmgaten werden dichtgemetseld en in de toegevoegde bovenste verdieping werden nieuwe aangebracht. De toren heeft sinds de verhoging altijd een spitsbekroning gehad. Sedert het midden van de negentiende eeuw kreeg de toren te kampen met ernstige verzakking, waardoor afbraak dreigde. In 1865 bleek hij ongeveer 1.60 meter uit het lood te staan in west-zuidwestelijke richting. Naar een vernuftig plan van de plaatselijke timmerknecht “lytse Fedde” Hokwerda kon de toren in 1866 echter in zijn geheel recht worden gezet.

In de toren hangen twee klokken. De grote klok dateert uit 1619 en is gegoten door Henrick Wegewart uit Kampen. De oorspronkelijke kleine klok was in 1598 gegoten, eveneens door Henrick Wegewart. Beide klokken werden in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter uit de toren weggehaald. De kleine klok ging verloren, de grote keerde na de bevrijding terug. In 1949 werd een nieuwe kleine klok in de toren aangebracht, gegoten door de Firma Gebr. Van Bergen te Midwolda. Het uurwerk dateert uit 1914 en is vervaardigd door B. Vortmann te Recklinghausen (D).De toren heeft een hoogte van 48 meter, inclusief bol, kruis en haan.

Kijk voor meer informatie over de Nicolaaskerk op Reliwiki